Kennisbank
Als alles nét wat harder binnenkomt.
De hele dag door krijgen we prikkels binnen. Geluiden, licht, aanraking, geuren, beweging, drukte, emoties en alles wat er om ons heen gebeurt.
Ons brein en zenuwstelsel verwerken en selecteren voortdurend al die informatie. Meestal gebeurt dat zonder dat we erbij stilstaan. Maar soms komen prikkels sterker binnen, stapelen ze zich op of kost het meer moeite om ze te verwerken.
Dat kan zichtbaar worden in gedrag, emoties én in het lichaam.
Wat eruitziet als boosheid, druk gedrag of terugtrekken, kan soms ook betekenen: het is me even te veel.

Wat is prikkelverwerking?
Wat is prikkelverwerking?
Prikkelverwerking gaat over de manier waarop je zenuwstelsel informatie uit je lichaam en omgeving ontvangt, verwerkt en erop reageert.
Denk bijvoorbeeld aan geluiden, fel licht, aanraking, geuren, smaken, beweging, temperatuur en lichamelijke signalen.
De één kan prima functioneren in een drukke ruimte vol geluid en mensen. Een ander merkt ieder geluidje op en is na een tijdje volledig leeg.
Dat betekent niet dat de één zich aanstelt of de ander sterker is.
We verwerken prikkels niet allemaal op dezelfde manier.
En hoeveel je kunt verdragen kan bovendien per dag verschillen. Vermoeidheid, stress, honger, ziekte, emoties en een drukke periode kunnen allemaal invloed hebben op hoeveel ruimte er nog over is.
Wanneer de emmer vol raakt
Wanneer de emmer vol raakt
Soms gaat het lange tijd goed.
Een kind houdt zich bijvoorbeeld de hele schooldag staande en barst thuis om iets kleins ineens in tranen of boosheid uit. Of je merkt als volwassene dat je na een drukke werkdag geen geluid, aanraking of vragen meer kunt verdragen.
De laatste gebeurtenis lijkt dan de oorzaak, maar kan simpelweg de laatste prikkel in een al volle emmer zijn.
Je kunt bijvoorbeeld merken dat jij of je kind:
- snel afgeleid raakt door geluiden of beweging;
- moeite heeft met drukke ruimtes;
- sterk reageert op harde of onverwachte geluiden;
- bepaalde kleding, labels of aanraking vervelend vindt;
- na een drukke dag boos of emotioneel wordt;
- veel behoefte heeft aan rust en alleen zijn;
- moeilijk tot rust komt of juist voortdurend beweging zoekt;
- snel overweldigd raakt wanneer er veel tegelijk gebeurt;
- moeite heeft met onverwachte veranderingen;
- zich buitenshuis lang goed houdt en thuis ontlaadt.
Één of meerdere van deze kenmerken betekenen niet automatisch dat er sprake is van een prikkelverwerkingsprobleem. Ook ontwikkeling, temperament, slaap, stress en andere factoren kunnen meespelen.
Te veel én te weinig prikkels
Te veel én te weinig prikkels
Bij prikkelverwerking denken we vaak aan iemand die snel overprikkeld raakt.
Maar iemand kan juist ook actief op zoek zijn naar prikkels.
Een kind kan veel willen bewegen, overal aan willen zitten, hard praten, botsen, springen of voortdurend iets willen doen. Een volwassene kan bijvoorbeeld merken dat stilte juist onrustig voelt en steeds behoefte hebben aan activiteit of afleiding.
En dat kan zelfs naast elkaar bestaan.
Je kunt op het ene moment behoefte hebben aan veel prikkels en op een ander moment niets meer kunnen verdragen.
Daarom kijk ik liever niet alleen naar: Is iemand overprikkeld?
Maar ook: Welke prikkels worden gezocht, welke worden vermeden en wanneer verandert dat?
Gedrag is niet altijd wat het lijkt
Gedrag is niet altijd wat het lijkt
Een kind dat niet luistert, hoeft niet bewust ongehoorzaam te zijn.
Een kind dat ontploft, hoeft niet alleen boos te zijn.
En iemand die zich terugtrekt, is niet automatisch ongeïnteresseerd.
Soms is het systeem simpelweg vol.
Juist daarom kan het helpen om niet alleen te kijken naar het gedrag dat je ziet, maar naar wat eraan voorafging.
- Hoe druk was de dag?
- Hoeveel herstelmomenten waren er?
- Welke situaties kosten veel energie?
- Wanneer gaat het juist wél goed?
- Wat helpt om weer tot rust te komen?
Door patronen te herkennen, wordt vaak duidelijker wat iemand nodig heeft.
Niet alles hoeft minder
Niet alles hoeft minder
Het doel bij prikkelverwerking is niet om alle prikkels uit het leven te verwijderen.
Dat kan ook helemaal niet.
Wel kun je leren herkennen wanneer je systeem vol begint te raken en ontdekken wat helpt om weer te reguleren.
Voor de één is dat stilte of even alleen zijn. Voor een ander bewegen, buiten zijn, iets zwaars tillen, tekenen, muziek luisteren of juist lichamelijke nabijheid.
Bij kinderen kan het helpen wanneer volwassenen signalen eerder leren herkennen en rust bieden vóórdat de emmer overloopt.
Niet: hoe zorgen we dat je minder voelt?
Maar: wat heb jij nodig om beter om te kunnen gaan met alles wat je voelt en binnenkrijgt?
Hoe De Binnenbron hiermee werkt
Hoe De Binnenbron hiermee werkt
Bij De Binnenbron kijk ik naar het hele verhaal achter wat jij of je kind ervaart.
Wanneer ontstaat overprikkeling? Welke situaties kosten veel energie? Wat gebeurt er vlak voordat iemand boos, verdrietig, druk of juist stil wordt? En wat helpt om weer tot rust te komen?
Daarbij kan ook aandacht zijn voor emoties, stress, eerdere ervaringen en patronen die mogelijk invloed hebben op hoeveel spanning iemand ervaart.
Afhankelijk van de hulpvraag kan ik verschillende manieren van werken inzetten, zoals NEI-coaching, systemisch werk of andere oefeningen en materialen die passen bij jou of je kind.
Niet om gevoeligheid weg te halen.
Wel om beter te begrijpen wat het systeem aangeeft en wat kan helpen om meer rust en balans te ervaren.
Moeite met prikkelverwerking kan verschillende oorzaken hebben en kan ook voorkomen in combinatie met bijvoorbeeld ontwikkelings-, psychische of lichamelijke factoren. Vanuit gedrag alleen kan geen diagnose worden gesteld. De begeleiding bij De Binnenbron is aanvullend en vervangt geen medische, psychologische of psychiatrische behandeling. Neem bij acute of ernstige klachten contact op met een bevoegde zorgverlener of huisarts.
Komt er soms gewoon te veel binnen?
Overprikkeling is niet altijd meteen herkenbaar. Soms zie je vooral boosheid, onrust, vermoeidheid of de behoefte om je terug te trekken. In een rustig en vrijblijvend kennismakingsgesprek kijken we samen naar wat jij of je kind ervaart, wanneer het teveel wordt en wat mogelijk kan helpen.


